Aardrijkskunde

Zondag in Zeeland ging de zon onder
in een vuurgloed als op de jongste dag.
Elk eiland dreef op banen van zicht
Het werk van de delta was verlicht en lag
te gloeien van ruime gewichtigheid
Nergens nauw waar ik ook maar liep

De zee maakte de ondergang mee
Water stierf in de verte tot trage stroop
En even later, toen het donkerde,
sloeg iedere riemslag een groen spoor
in het zoute water dat van zichzelf
al niet blauw is maar zeer diep

Het fosfor van de natte zweepdiertjes
klotste een waterfestijn overboord in de nacht
Kijk waar de overmoed mij heeft gebracht
op een eilandenkaart met waterkering toe
In Zeeland in die vurige zonnepracht
waar de oude zeeklei lauw was en sliep

Ik nam zoiets slechts één keer waar
Bovenop Plompetoren in Koudekerke
Nee, bij Arnemuiden en Vrouwe Vogelwaarde
Of zakte de ploert nou in zee bij Biggekerke?
Daar jouwde de herenboer zijn Zeeuwse paarden
met een groet als een snauw en de zon in z’n piep

Taco Meeuwsen