De wandelingen

Elke morgen
in de buitenwijken
wandelen de baasjes
de strop verder dicht

Rondom de bruine plas
staan zij niet stil
bij een aangevreten snoek
die aan scherven klotst
tussen riet dat rot
en weekt

Stinkende grassen
Glanzende schubben
De dikke soep van een
vers botulisme
dat botviert in de
groene schuimkraag
onder een gloednieuwe zon
die steekt

Een meerkoet heft zeeziek
zijn roze zwemvoet
ontveld en omgord
door een kralensnoer
van knijplood
dat wreekt

Een platgetreden pad
geblakerd als een bladwijzer
in een zwartboek
waaraan de honden ruiken
de nekharen overeind

Taco Meeuwsen