‘DE WIEG VAN DE WESTERSE BESCHAVING STAAT IN NOORD-AFRIKA’
Je moet maar durven…

Boekbespreking:
‘La Culture afro-berbère – de tradition néolithique saharienne en Afrique du Nord et dans les pays du Sahel’ Uitgever: Maison d’Édition Fondation Jardin Majorelle © 2017 • ISBN: 978-9934-9179-8-5.

Auteurs: Taco Tarcisius Meeuwsen & Mohamed Saadouni
© foto’s: Taco Tarcisius Meeuwsen, Willem de Rooij, Bert Flint

Het nieuwste boek van kunsthistoricus en Marokkokenner par excellence Bert Flint is diens magnum opus over een lange studiereis van jaren en jaren die hij maakte door geheel Marokko, Algerije, Niger, Mali en Mauretanië. De eerste keer dat Bert Flint naar Marokko reisde was in 1954. Drie jaar later vestigde hij zich in Marrakech, en sindsdien heeft hij Afrika niet meer verlaten. Tot 1980 werkte hij in Marrakech als docent Spaans en Engels aan een middelbare school. Niemand had toen kunnen vermoeden dat deze man een van de belangrijkste collectioneurs van het Marokkaanse rurale erfgoed zou worden. De in Winschoten geboren Nederlander heeft een succesvolle omgekeerde assimilatie en integratie doorgemaakt en is inmiddels Marokkaan en zelfs Berber (Amazigh). Hij geldt al jarenlang als één van de meest toonaangevende specialisten op het gebied van de culturen van de Berbers (Imazighen) in Noord-Afrika en verwante volkeren in en rond de Sahara. En hij is eigenaar van het Musée Dar Tiskiwin 1, een tjokvolle Riad in hartje Marrakech, waar een indrukwekkende collectie van cultuurvoorwerpen en artefacten van Berber- en Sub-Sahara kunst en cultuur bijeengebracht is. Op eigen kracht, door één mens, een leven lang. Dat is een verzamelaar met een missie en een visie. En wij mochten hem interviewen.

Levenswerken
Er zijn er meer: linguïsten, sociologen, antropologen, vergelijkende taalwetenschappers, archeologen en kunsthistorici die allemaal de eeuwenoude culturen en cultuuruitingen van de Berbers en overige bevolkingsgroepen in Noord-Afrika en de Sub-Sahara tot onderwerp van hun studie maken, maakten en gemaakt hebben. Onder hen bepaald niet de eerste de beste. We noemen hier bijvoorbeeld de Nederlandse professor doctor Harry Stroomer, emeritus-hoogleraar Zuid-Sémitische en Berbertalen aan de universiteit van Leiden. Stroomer is in Europa dé linguïst met als specialisme de Berbertalen. Naast een groot aantal publicaties op eigen naam, is Harry Stroomer de initiatiefnemer en editor-eindredacteur van de prestigieuze internationale reeks ‘The Berber Studies’ (Rudiger Koppe Verlag Keulen). Inmiddels een reeks met zo’n 55 lijvige uitgaven en er volgen er meer.
Maar we mogen misschien wel opperen dat geen van hen de geuzennaam ‘enfant terrible van de Sahara’ mag voeren. Bert Flint wel. Waarom? Als kunsthistoricus met een antropologische blik is hij niet voor één gat te vangen en maakt zijn denken over de culturen in Noord-Afrika laterale, soms geniale sprongen die door de meer bedaagde wetenschap zo nu en dan met enig fronsen worden bezien, soms met loftuitingen worden overladen.

Marokkokenner en verzamelaar Bert Flint in zijn museum in Marrakech, Marokko. Klik op de afbeelding om een grotere versie te zien.

Hij zegt het zelf zo: ‘Ik ben nooit bang geweest om fouten te maken, of om radicale suggesties te doen. Als je je geest en je voorstellingsvermogen niet blijft prikkelen, wordt wetenschap een saai soort van elkaar navolgen.’

Fred Flintstone in Marokko en de Sahara
Je zult maar Flint (vuursteen) heten en de mondiale Neolithische revolutie kunnen aanvullen met bijzondere gidsvondsten uit Noord-Afrika die op zijn minst de gedachtenlijn rechtvaardigen dat onze culturele bakermat (naast onze homonoïde oorsprong) in Noord-Afrika en de Sahara te vinden is. En niet, zoals steevast wordt aangenomen, ergens tussen de Eufraat en de Tigris. Met de in het boek getoonde en besproken neolithische vondsten van een aantal antropomorfe natuurstenen beeldjes doet Flint een brutale gooi naar de heruitvinding van de bakermat van die Westerse cultuur. En dat is verfrissend. Het euro-centristisch denken (dat een zelfoverschattend kantje kent) heeft er immers een handje van om veel oudere, en rijkere culturen slechts voor lief te nemen, of te negeren, of in bepaalde gevallen te reduceren tot een voetnoot in onze eigen kunstgeschiedenis. Bert Flint heeft lak aan dergelijke vooringenomenheden. Je maakt er niet onmiddellijk veel vrienden mee, maar je komt uiteindelijk wel ergens.

De Venus van de Sahara
Drie tot de verbeelding sprekende gidsvondsten die het boek belicht zijn:

1. Ronde-bosse en pierre polie Faucon avant Horus (Aït, Niger) 12000-9000 avant JC.
(Ronde gepolijste steen voorstellende een valkje (voor Horus) ongeveer 12.000-9.000 voor Christus). Een natuurstenen beeldje van enkele centimeters hoog dat duidelijk de verbeelding van een valkje is. Het is niet de enige neolithische vondst die Bert Flint in het boek toont waarbij de valk herkenbaar is. Hij heeft er meer in de collectie van zijn Musée Dar Tiskiwin in Marrakech. Opmerkelijk is het wanneer we bedenken dat Horus, de Egyptische valkengod en dynastiegod, zijn intrede doet vanaf het 0e tot de 3e dynastie van het Egyptische Rijk. Deze vroeg-dynastieke periode bestaat uit de 0e, de 1e en de 2e Dynastie van Egypte. De datering van de vroeg-dynastieke periode is globaal van 3.032 tot 2.639 v.Chr.. Ruim later dan de vondst van de valkenbeeldjes in Aït, Niger, uit het boek van Bert Flint.
2. Ronde-bosse en pierre polie figure femelle anthropomorphe (Aït, Niger) 12000-9000 avant JC. (Ronde gepolijste steen voorstellende een antropomorfe vrouwelijke figuur ongeveer 12.000-9.000 voor Christus).
3. Ronde-bosse en pierre polie figure femelle anthropomorphe (Aït, Niger) 12000-9000 avant JC (Ronde gepolijste steen voorstellende een antropomorfe vrouwelijke figuur ongeveer 12.000-9.000 voor Christus).
Twee heel herkenbare vruchtbaarheidsbeeldjes met rudimentaire vrouwelijke vormen. Het eerste beeldje suggereert een knielende en hoogzwangere vrouwelijke figuur. Het twee beeldje toont een rondborstige, corpulente en eveneens knielende vrouwelijk vorm.

Links: Ronde gepolijste steen voorstellende een valkje (voor Horus) ongeveer 12.000-9.000 voor Christus. Midden: Ronde gepolijste steen voorstellende een antropomorfe vrouwelijke figuur ongeveer 12.000-9.000 voor Christus. Rechts: Ronde gepolijste steen voorstellende een antropomorfe vrouwelijke figuur ongeveer 12.000-9.000 voor Christus. Klik op de afbeelding om een grotere versie te zien.

Er is in het boek natuurlijk veel meer te vinden over de neolithische periode in Noord-Afrika en de Sahara, maar met de beroemde Venus van Willendorf 2 in gedachten, is Flint met deze drie rudimentaire beeldjes wel duidelijk op een spoor gestuit dat zelfs de hoogtijdagen van de Egyptische en de Fenicische culturen preludeert.

Homo Sapiens in Marokko
De these van Bert Flint, dat de wieg van de westelijke beschaving in Noord-Afrika staat, krijgt bovendien onverwachte steun door een verrassende vondst in 2017: de oudste Homo sapiens ooit leefde in Marokko, niet in Ethiopië. In een grot bij Jbel Irghoud (ten westen van Marrakech) zijn recent menselijke resten gevonden die 280 tot 350 duizend jaar oud blijken te zijn. We meenden te weten dat Homo sapiens 200 duizend jaar geleden is ontstaan in Ethiopië. Nu blijken er maar liefst 100 duizend jaar eerder ook al vroege moderne mensen te hebben geleefd in Marokko. De sensationele vondst van de tot dusver oudst bekende fossiele botresten van de vroegste moderne mensen noopt tot het herschrijven van onze geschiedenis. Wederom. ‘Er is geen tuin van Eden in Afrika’, zoals onderzoeksleider Jean-Jacques Hublin van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig het verwoordt. ‘De tuin van Eden ís Afrika.’

De reis door Marokko, Algerije, de Sahara- en Sub-Sahara landen die Bert Flint beschrijft in ‘La Culture afro-berbère’ is naast een werkelijke reis in etappes, ook een reis van het voorstellingsvermogen, en een tijdreis door perioden van de menselijke geschiedenis in Noord-Afrika. Klik op de afbeelding voor een een grotere versie.

Tijdreizen
Even terug naar het begin. De reis door Marokko, Algerije, de Sahara- en Sub-Sahara landen die Bert Flint beschrijft in ‘La Culture afro-berbère’ is naast een werkelijke reis in etappes, ook een reis van het voorstellingsvermogen, en een tijdreis door perioden van de menselijke geschiedenis in Noord-Afrika. De werkelijke reis voert zoals gezegd in etappes (en gedurende verschillende episodes in het leven van auteur Bert Flint) van Marrakech in Marokko naar Algerije, Niger, Mali, Mauritanië, en terug naar zuidwestelijk Marokko om uiteindelijk weer te eindigen in Marrakech. De reis van de verbeelding en de reis in de tijd nemen een veel grotere vlucht. Het is de verdienste van de verzamelaar en kunsthistoricus Flint dat hij met grote hardnekkigheid en met overtuigingskracht de beeldtaal van de mythologie van het antropomorfisme 3 weet te duiden in vrijwel alle etappes van zijn reis. Flint denkt met zijn ogen en kijkt met zijn brein. Of zoals de beroemde Duitse kunstenaar Joseph Beuys placht te zeggen: ‘Ich denke sowieso immer met dem Knie’… Dat levert verrassende inzichten op 4. We hebben deze manier van analyseren ook wel eens de kunstenaarsblik genoemd, een wijze van zien die patronen herkent zoals de linguïst structuur in de grammatica van een taal bespeurt.

Amfibieën in taal en teken
Bert Flint ziet overal kikkers. Dat klinkt wellicht grappig, maar het is heel serieus bedoeld. En letterlijk. Veel van de door Bert Flint op zijn reis bezochte culturen hechten mythische en mystieke waarde aan wat onder de categorie ‘amfibieën’ kan worden gerangschikt. Dat moet u ruim zien, want het betreft diersoorten die zowel in als buiten het water leven maar daarmee strikt genomen nog geen amfibische soort zijn (op de kikker en de pad na).
Dus: nijlpaarden, slangen, krokodillen, schildpadden, kikkers, en padden. Vooral van die laatste is de levenscyclus (watergebonden kikkerdril, zwemmend donderkopje, kikkertje dat volgroeid aan land komt) een bron van groot geloof, magie en aanbidding. De kikker en de pad zijn in deze culturen veelal vruchtbaarheidssymbolen. Bij krokodillen, slangen en schildpadden gaat het omgekeerd: aan land worden de eieren gelegd en het nest bewaakt, maar de jonge borelingen kiezen in sommige gevallen het ruime sop voor een bestaan van de koudbloedige dat deels in het natte en deels op het droge plaatsvindt. Dat amfibische bestaan in twee werelden, twee biotopen, wordt in veel van de cultuuruitingen in Noord-Afrika en de Sub-Sahara teruggezien en vereerd. Er zijn rituele ‘vechtarmbanden’ 5 in de collectie van het Musée Dar Tiskiwin die, naast hun dodelijkheid als slagwapen, een antropomorfe visualisering van het amfibisch wezen tonen die ongetwijfeld tevens dienst heeft gedaan bij rituele feesten en bij bijzondere dansen.

1. Bracelet de bras en forme de serpent orné de crocodiles en bronze (Etnie Sénoufo, Mali). Slangvormige koperen armband gedecoreerd met bronzen krokodillen (Etnie Sénoufo, Mali).
2. Bracelet à décor d’hippopotame et figurine d’homme (Djenné, Mali). Armband met een voorbeeldige nijlpaarddecoratie boven het hoofd van een menselijke figuur (Djenné, Mali).
3. Bracelet en bronze de l’auto-défense et du combat (Sub-Sahara). Bronzen armband voor de zelfverdediging en het gevecht (Sub-Sahara).
4. Bracelet rituel de l’auto-défense et du combat en bronze du Dogon de Mali avec des têtes de d’hippopotame stylisée. Rituele bronzen dans- en vechtarmband van de Dogon uit Mali met gestileerde nijlpaardenkoppen en bekken.

Links: Slangvormige koperen armband gedecoreerd met bronzen krokodillen (Etnie Sénoufo, Mali). Rechts: Armband met een nijlpaarddecoratie boven het hoofd van een menselijke figuur (Djenné, Mali). Klik op de afbeelding om een grotere versie te zien.
Links: Bronzen armband voor de zelfverdediging en het gevecht (Sub-Sahara). Rechts: Rituele bronzen dans- en vechtarmband van de Dogon uit Mali met gestileerde nijlpaardenkoppen en bekken. Klik op de afbeelding om een grotere versie te zien.

Lenige sprongen
De kikker is door de hele geschiedenis en in alle tijdreizen van de Bert Flint terug te vinden. In stenen beeldjes, in houtsnijwerk, in weefkunst, in keramiek en misschien nog wel het fraaist in de volstrekte abstrahering van de gehurkte kikkervorm in de kunst van de Toeareg. Is Bert Flint de eerste die deze vergaande stilering weet te ontleden als de schematische basisvorm van de kikker? Hij is in ieder geval een van de meest uitgesproken pleitbezorgers van het kikkermotief in heel veel van de cultuuruitingen in Noord-Afrika en de Sub-Sahara. Wij vinden de souplesse van de geest van de auteur van ‘La Culture afro-berbère’ in dit geval meer dan bijzonder.

Het amfibisch kikkermotief in de vorm en in de artefacten van Noord-Afrika en de Sub-Sahara. Geheel links: een afbeelding van een kikker (bovenaanzicht) door F. Wasserman, links: een gestileerde kikker in keramiek uit Taroudant, Marokko, midden: een leren tas met kikkermotief uit Mauretanië, rechts: een in hurkzit gemummificeerde en fossiele kikker uit de Sahara, geheel rechts: een Toeareg ring-hanger met het geabstraheerde kikkermotief in hurkzit, Agadez, Niger. De kikker is in al deze culturen veelal een vruchtbaarheidssymbool. Klik op de afbeelding om een grotere versie te zien.

De kunst van het kleed
Eenzelfde lenigheid van geest legde Bert Flint ook al aan de dag toen hij in eerdere publicaties de wereldberoemde berberkleden en hun modern-abstracte motieven en vormentaal wist te duiden als een oorspronkelijk talent van de (veelal ongeletterde) vrouwen van de Imazighen. Dat pleidooi herhaalt hij in ‘La Culture afro-berbère’. Hij kreeg er eerder in zijn leven van The Smithsonian Institution in Washington D.C. een internationale prijs voor. Bert Flint ontvangt regelmatig verzoeken van gerenommeerde musea en kunstinstellingen in Europa en Amerika om delen van de collectie Dar Tiskiwin in bruikleen te geven en om spreekbeurten te houden 6.

Laten we klare taal spreken. Mede dankzij Bert Flint zijn wij gaan beseffen dat de berberkleden niet vergeleken mogen worden met (zeg eens wat) oud-Hindelooper schilderwerk. Het is geen volkskunst al wortelt het in een rijke culturele traditie van een volk. Elke berbervrouw maakt elk kleed aan elk weefgetouw opnieuw, naar eigen inzicht. Er is sprake van oorspronkelijk talent dat bij elk nieuw ontwerp van een kleed een eigen originele weg mag volgen. Lang moest Bert Flint zich verweren tegen minder vrijzinnige sentimenten uit de gevestigde westerse kunstwereld die betoogden dat een ‘ongeletterde’ vrouw van de Aït Ouaouzguite (Anti-atlas) en Ait Ourain, (in het noordoosten van de Midden-Atlas) twee berberstammen beroemd om hun weefkunst, met geen mogelijkheid het niveau van de abstracte moderne kunst in de westerse wereld kon evenaren. Ook de Marokkaanse elite en de gevestigde kunst- en culturele instellingen aldaar keken lange tijd neer op deze onorthodoxe denker en verzamelaar, en namen diens visie en interpretatie niet serieus. Daar zijn tal van redenen voor aan te wijzen die niets met Bert Flint van doen hebben. We komen er in onze volgende artikelen op terug.

Oorspronkelijk kunst van Afrika
Flint werd er niet door van zijn stuk gebracht. En hij heeft natuurlijk gelijk gekregen. Denkt u eens aan de beroemde Afrikaanse maskers die onderdeel zijn van de cultuur en religie van volkeren uit het Sub-Saharagebied van Afrika. Maskers die een abstract-artistiek talent onthullen, waardoor ze door westerlingen grif verzameld werden, juist vanwege hun oorspronkelijkheid en volstrekt eigen esthetiek. Het is kunst met een grote K. De maskers dienden als inspiratie voor beroemde kunstenaars, zoals Picasso, Paul Klee, Karel Appel, en meer recent in het vroege werk van de Jonge Italianen: Sandro Chia, Francesco Clemente, Enzo Cucchi, Nicola De Maria en Mimmo Paladino.

Enkele voorbeelden van beroemde, kunstzinnig-abstracte Afrikaanse tribale maskers die wereldwijd verzameld worden. Van links naar rechts: 1. Mbudi Aduma Gabon, 2. Kifwebe Songye Kongo, 3. Bronzen helm Luba Congo 4. Ngil Fang Gabon 5. Hyena Bozo Mali 6. Vuvi Gabon. © particuliere collectie 2018. Klik op de afbeelding om een grotere versie te zien.

De abstractie van de Berberkleden
Zo zal ook De Stijl en het Bauhaus eerder kennisgenomen hebben van de abstracte weefmotieven in de berberkleden dan omgekeerd. Het is de verdienste van Bert Flint dat we de zelfgenoegzaamheid van het euro-centristisch denken hebben verlaten ten faveure van een groter begrip voor en uitgebreidere kennis van het waarachtige kunstzinnige talent van wat lang op enigszins pejoratieve wijze als ‘outsiders-art’ of ‘volkskunst’ werd weggezet. Er waren overigens altijd uitzonderingen. We moeten hier natuurlijk meteen denken aan de beroemde Franse architect Le Corbusier, die in zijn colleges aan de Ecole des Beaux Arts, aan zijn studenten dit vertelde: ‘Faites comme les (femmes) berbères, allier à la géométrie la plus notoire fantasie’ (Doe als de berbervrouwen. Verbind de geometrie met de meest notoire fantasieën). Het is bekend van Le Corbusier dat hij een fervente verzamelaar was van de fraaie, abstracte berbertapijten en weefsels.

In het midden een donkerblauwe zijden Agbada of ‘Boubou’ uit de Kano-regio, Yoruba, Niger (blz 144 van het boek). Links en rechts daarvan enkele voorbeelden van de beroemde berbertapijten van de Aït Ouaouzguite confederatie (Anti-Atlas, Zuid-Marokko). De kleden worden geweven van met de hand geverfde schapenwol, en handmatig vervaardigd in traditionele weef- en knooptechnieken in de dorpen van de Aït Ouaouzguite. Klik op de afbeelding om een grotere versie te zien.

Het kikkerperspectief in vogelvlucht
We ronden af. ‘La Culture afro-berbère – de tradition néolithique saharienne en Afrique du Nord et dans les pays du Sahel’ van de verzamelaar en kunsthistoricus Flint is een must read voor iedereen die op originele gedachten gebracht wil worden aangaande de rijke culturele traditie van de Berbers in Noord-Afrika en de volkeren van de Sub-Sahara. De uitgave is gelardeerd met een keur van schitterende illustraties die tevens het beeldverhaal zijn van de levenslange reis van een geïnspireerde visionair.
Flints passie en nieuwsgierigheid hebben hem in de loop der tijd (vaak alleen en soms vergezeld door vrienden) naar alle uithoeken van ruraal Marokko en de Sub-Sahara gebracht. Zijn speurtochten hebben uiteindelijk geleid tot een bijzondere en zeer waardevolle verzameling van het culturele erfgoed uit dit gebied, en nu dan tot dit rijke boek: de verbeelding van een levensdroom. En ook tegenwoordig nog houdt de gepassioneerde verzamelaar zich bezig met het blootleggen, opsporen en aanschaffen van bijzondere voorwerpen. Vanwege zijn leeftijd en gezondheid kan hij zelf geen lange reizen meer ondernemen. Maar hij maakt gebruik van goede relaties, betrouwbare handelaren die voor hem objecten uit de afgelegen dorpen van Marokko, Mali, Niger, Mauritanië en Burkina Faso halen. Die verzamelwoede zal hem nooit verlaten. En daar hebben we groot respect voor.

De toekomst van een visie
In 2007 sloot Flint een overeenkomst met de universiteit Cadi Ayyad in Marrakech, waarin hij het museumgebouw en een deel van zijn collectie in de vaste opstelling aan de universiteit doneerde. Op 19 november 2011 vond de ceremoniële overdracht plaats. Beide partijen kwamen overeen dat het museum blijft bestaan en dat de universiteit het onderzoek naar de collectie stimuleert. Daarnaast zal de universiteit de uitwisseling tussen de landen rondom de Sahara bevorderen, bijvoorbeeld door studenten en onderzoekers uit de betrokken landen het gezamenlijke erfgoed te laten bestuderen en onderzoeken. Deze wetenschappelijke activiteit zou plaatsvinden in het Institut Bert Flint pour le Patrimoine du Nord-Ouest Africain (dat verbonden zou zijn aan het museum), met een eigen bibliotheek, studiezaal en een ruimte voor symposia en bijeenkomsten. Dit instituut, zo is de intentie, zal in de toekomst nauw samenwerken met bijvoorbeeld ‘Le Musée National du Niger’; dat tot stand is gekomen mede dankzij de niet-aflatende inzet van Bert in samenwerking met de overheid van Niger. Zijn omvangrijke collectie Berber textiel en tapijten heeft Bert Flint aan de Foundation Majorelle in Marrakech gedoneerd.

Klik op de afbeelding om een grotere versie te zien.

Over het boek
‘La Culture afro-berbère – de tradition néolithique saharienne en Afrique du Nord et dans les pays du Sahel’
Uitgever: Maison d’Édition Fondation Jardin Majorelle © 2017
ISBN: 978-9934-9179-8-5
392 pagina’s met heel veel foto’s en illustraties, in kleur en in zwart-wit
24-31 cm staand formaat, een kloeke pil van een boek.[1]

U kunt het boek ‘La Culture afro-berbère’ van Bert Flint voor € 37,50 ex verzendkosten bestellen bij:
Maison d’Édition Jardin Majorelle
Rue Yves Saint Laurent
40090 Marrakech
Maroc
Téléphone & Fax
+212 (0)5 24 31 30 47
+212 (0)6 61 75 90 58
+212 (0)5 24 30 18 94

Musée Tiskiwin
8, Rue de la Bahia
Marrakech
Le Maroc
info@tiskiwin.com

Informatie:
Taco Tarcisius Meeuwsen is kunsthistoricus (Med), publicist, adviseur, auteur en fotograaf. Hij is oud-docent aan Artez Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem, en momenteel verbonden aan Uitgeverij ErgensinHolland. Hij bezit en beheert de Collection House ErgensinHolland van artefacten en cultuuruitingen uit de grotere Maghreb en de Sub-Sahara. Van zijn hand verschenen diverse publicaties, onder andere over (moderne) kunst en cultuur.

Mohamed Saadouni is Berberoloog & Arabist (Drs), werkt bij de Universiteitsbibliotheek Leiden, en doet onderzoek naar het Berber erfgoed (materieel & immaterieel). Hij is kenner van de cultuur van de Imazighen in Marokko en is zelf Amazigh. Van zijn hand verschenen diverse publicaties over de linguïstiek en de cultuur van de Imazighen in Marokko. Mohamed Saadouni was nauw betrokken bij de inventarisatie (registratie) van de collectie van het Musée Dar Tiskiwin van Bert Flint.

Beide auteurs publiceren gezamenlijk artikelen en werken momenteel samen aan een boekuitgave over enkele unieke uitingen van Amazigh kunst en cultuur: ‘Homme de Bois, Terre de Fer, Peuple d’Or’. Het boek zal in de eerste helft van 2019 verschijnen.

Referenties:

  • Flint Bert, 1973. ‘Bijoux, amulettes’ in ‘Forme et Symbole dans les Arts du Maroc, Tome I’ Tanger. E.M.I. Maroc.
  • Flint, Bert, 1994, ‘Comment intégrer l’héritage culturel paysan et nomade en milieu urbain contemporain’ In Horizon Maghrébins, nr. 22. Casablanca. pp.25-35.
  • ‘Bert Flint, un passionné de l‘art rurale’ In Aujourd’hui le Maroc (Marokkaanse dagblad), 4 février 2005, nr. 829.
  • Flint, Bert, 2008. Cahiers d’arts Saharien et Amazigh. Imprimerie et papeterie Alwatanya. Marrakech.
  • Flint, Bert, 2010. ‘L’art de la parure’. De catalogus van de permanente expositie in het museum Dar Taskiwin, Marrakech.
  • Heijmans, Toine, 2004. ‘M’sieur Flint op ontdekkingsreis’ in de Volkskrant van 5 februari 2004.
  • Stauffer, Beat, 2007. ‘Bert Flint a Dutch man in Marrakech. Preserving North Africa’s Cultural Heritage’. In Qantara van 19-1-2007, p.64. (het artikel is vertaald uit het Duits door Paul Cohen).
  • Flint Bert, 2017. ‘La Culture afro-berbère – de tradition néolithique saharienne en Afrique du Nord et dans les pays du Sahel’, Uitgever: Maison d’Édition Fondation Jardin Majorelle © 2017, ISBN: 978-9934-9179-8-5

Noten:

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

  1. De naam Tiskiwin verwijst naar een bekende berberdans in de Hoge Atlas met dezelfde naam (Ahwash Tiskiwin), en het betekent in het Berbers ‘schapenhoorns’. De dansers dragen op hun schouder een vastgeknoopte hoorn (deze dans staat sinds 2017 ingeschreven op de UNESCO lijst van immaterieel cultureel erfgoed).
  2. Venus van Willendorf: een beeldje dat in 1908 door de archeoloog Josef Szombathy op een laat-paleolithische vindplaats bij Willendorf in der Wachau (Oostenrijk) is gevonden. Dit dorpje ligt op de linker Donau-oever en behoort tot de gemeente Aggsbach. Het beeldje is 11,1 cm groot en wordt gedateerd tussen 24.000 en 22.000 v.Chr. Het werd gemaakt in het Laat-paleolithicum en werd gesneden uit oölitisch kalksteen dat niet in het gebied te vinden is. Het is gekleurd met rode oker.
  3. Het ‘antropomorfisme’: in wetenschap en filosofie wordt de term gebruikt wanneer menselijke eigenschappen en waardeoordelen worden toegedicht aan niet-menselijke wezens (dieren, planten, goden) of dingen.
  4. Bert Flint hanteert deels een neo-freudiaanse interpretatie van vormen en symbolen op de voorwerpen. Een driehoekige fibula (kledingspeld) is in zijn visie een symbool van vrouwelijke vruchtbaarheid, en een zilveren kruis is het icoon van de mannelijke viriliteit (of fallus).
  5. Vechtarmband: ‘bracelet de combat et de l’auto-défense’. We zullen een apart vervolgartikel wijden aan de boeiende ontwikkeling ‘van wapen tot juweel’ van de rituele vechtarmbanden in Noord-Afrika en de Sub-Sahara.
  6. Zijn verzameling was meerdere malen in bruikleen bij bekende en minder bekende musea in de gehele wereld, zoals: het Guggenheim in New York, The Smithsonian Institution in Washington D.C., de Kunsthal in Rotterdam, het Vitra Design Museum in Duitsland, het Musée de l’Homme in Parijs, en zo meer.