Hunnenbedstee

Iemand van verre kwam tot mij
en sprak in talen twee
Iemand, zo draalde zij,
zal jou falen ongedwee,
en iemand zal je halen mee,
bij het scheiden van de zee

En dan diezelfde zeide,
de gewelfde van wij twee,
die ander van ‘onzer samen’,
dat we noemend zonder namen
proefden het gebronsd gevlei, de
verleiding van onze lijven twee

Dat we verzengen zouden,
wat we zondermeer beamen,
alles wat lust heet van het twee
maal meten met die dame
En dat onze zorgen zeer betranen
zouden in die bewuste bedstee

Die iemand kwam wederom tot mij
Nu niet om te spreken twee
woorden van wel en van wee,
maar om gewoon eens te vragen
of ik meegaande op weg het
levenswicht wilde dragen mee

Ik deed het keer twee zonder klagen,
maar ergens zei ik opeens nee,
op het scherpst van de snee
Als de waarheid niet past in de wagen,
en het evenwicht te ver is te dragen,
moet je de vrager wel verdagen,
sprak ik hardop, en nu zit ik ermee

En al wie die dit leest denkt twee
dingen. Wat raadselen en kul
lijkt, begrijp je nergens meteen
Al wil je niet raden hoe en opeens,
je zou het niet uitleggen kunnen,
je herleest van die beider ‘hunnen’
en dat je intens leeft met ze mee

Taco Meeuwsen