Tongblaar

De lederen tongriem
striemt vuige taal
onvolledig de wereld in
De laaiende woorden
ontsnappen aan die
smakeloze mondspier
en staan in lege oorden
tegen de heersende winden in

Gebukt over het
sprekende gehemelte
zegt de keelpijnman
Hier komen tranen van
Tranen van taal
en de blaren van liefde
Van heet onvergetelijk
en verdraaid gemaal
Het plotselinge verscheiden
van ongemak en gedraal

Je tong kan het niet laten
en zegt de woorden: Ik zie je
Ja ik zie je weer
In het lege noorden
bij die winderige weiden
waar de hese schapen blaten

Taco Meeuwsen